Een gat in hout lijkt een eenvoudige handeling, tot het gat groter wordt dan een centimeter of twee. Vanaf dat moment bepaalt de keuze van het gereedschap of de rand netjes blijft, of het gat haaks staat en of de achterkant heel uit de machine komt. Twee gereedschappen delen dat werkgebied: de forstnerboor en de gatenzaag.
Wat een forstnerboor anders doet
Een forstnerboor snijdt met een ronde rand in plaats van met twee lippen. Die rand zaagt de omtrek van het gat door voordat de snijvlakken het hout eruit halen. Het resultaat is een gat met een vlakke bodem en een scherpe rand, ook dwars op de nerf en ook aan de kopse kant. Dat is precies wat nodig is bij potscharnieren in keukendeurtjes, bij verzonken lampjes in een plank en bij gaten die deels over de rand van het werkstuk lopen. Het bereik loopt in de praktijk van tien tot ruim vijftig millimeter, terug te vinden op https://www.boorkopen.nl/houtboren/forstnerboor/.
Waar een gatenzaag sterker in is
Een gatenzaag verwijdert alleen de rand van het gat en laat de kern staan. Daardoor kost een groot gat weinig kracht en blijft de machine koel. Voor doorvoeren van leidingen, ventilatieroosters en deurcilinders is dat de logische keuze. De diameters lopen door tot boven de honderd millimeter, iets wat met een volle boor niet te doen is met handgereedschap. Bladen zijn los verkrijgbaar en passen op een gedeelde opname, zodat alleen het blad hoeft te wisselen. Het aanbod per diameter en per materiaal staat op https://www.boorkopen.nl/gatenzaag/.
Uitscheuren aan de achterkant voorkomen
De meeste schade ontstaat op het moment dat de boor er aan de andere kant uitkomt. Twee methodes helpen. De eerste is een offerplank: een stuk afvalhout stevig tegen de achterkant klemmen, zodat de vezels daar steun houden. De tweede is doorboren vanaf twee kanten. Zodra de centreerpunt aan de achterzijde zichtbaar wordt, wordt het werkstuk omgedraaid en vanaf die kant verder geboord. Bij een gatenzaag is dat vrijwel altijd de betere werkwijze, omdat het zaagblad geen borstwering heeft.
Toerental en aanzet
Grote diameters vragen een laag toerental. Een forstnerboor van vijftig millimeter draait rustig, met een gelijkmatige druk en af en toe terugtrekken om het spaan af te voeren. Gaat het toerental omhoog, dan verbrandt de snijrand en verkleurt het hout langs de wand van het gat. Bij een gatenzaag geldt hetzelfde, met daarbij de aandacht voor het uitwerpen van de kern: een blad met uitsparingen in de mantel maakt het losbreken van de houtprop een stuk eenvoudiger.
De keuze in het kort
Een vlakke bodem, een strakke rand of een gat op de zijkant van een plank: dan is de forstnerboor het gereedschap. Een doorvoer, een groot gat of een gat waar de kern niet uitmaakt: dan is de gatenzaag sneller en vraagt hij minder van de machine. Beide werken alleen goed bij een laag toerental en met steun aan de achterkant van het werkstuk.
